Home

Nieuw

Zoeken

Dienstplicht

Onderdelen

Bataafse Vloot

Waterloo

Brieven

Bronnen

Contact

 


Invoering van de dienstplicht.

Op 9 juli 1810 tekende de Franse keizer Napoleon te Rambouillet het decreet waarbij het Koninkrijk Holland bij het Franse keizerrijk werd ingelijfd. Als gevolg hiervan zou ook in het departement Holland de Franse wetgeving gelden. Inclusief de wet op de conscriptie (dienstplicht) die in Frankrijk reeds sedert 5 september 1798 van kracht was. Deze gold voor mannen in de leeftijd van 20 tot 25 jaar. In 1805 werd de minimum-lengte van de recruut vastgesteld op 1.544 mm. Oorspronkelijk was dat 1.598 mm doch naar mate Napoleon meer behoefte kreeg aan soldaten werd deze naar beneden bijgesteld. 

Eerst werd het leger van het Koninkrijk Holland in het Franse leger opgenomen. De Koninklijke Garde zelfs op de dag van inlijving bij de Keizerlijke Garde gevoegd. De hoop van veel Nederlanders dat hun zonen de dans zouden ontspringen werd definitief de kop ingedrukt bij het Organiek Decreet van de keizer van 18 oktober 1810 over de militaire organisatie. Napoleon had trouwens van tevoren bij iedere gelegenheid zijn nieuwe onderdanen ingepret dat zij wat de invoering van de conscriptie betreft weinig hoop behoefden te hebben.

Tot aller verrassing regelde Napoleon bij decreet van 3 februari 1811 de opkomst van 3000 conscrits ( dienstplichtigen) over de Klasse van 1808. Het geboortejaar 1788; Daarvan moesten 2.000 bij het leger en 1.000 bij de marine dienen. De verdeling van het aantal op te komen dienstplichtigen ging naar rato van het inwonertal van de verschillende gewesten.  

Wie voor actieve dienst kon worden opgeroepen werd bepaald door loting: de laagste nummers eerst. Zo werden achtereenvolgens  de  lichtingen 1809, 1810, 1811, 1812  en 1813  (de geboortejaren 1789 tot en met 1793) opgeroepen. In 1811 in totaal zelfs 10.000 man.

 

Lotingsbriefje

Bij Organiek Decreet van 18 oktober 1810 had Napoleon bovendien de invoering van de zeedienst of de maritieme inscriptie aangekondigd. De Franse keizer had geen hoge dunk van de Nederlandse soldaat doch wel van de zeeman. Op 10 februari 1811 werd de registratie gelast van alle mannen van 24 tot 49 jaar die het beroep van visser of zeeman, in de ruimste in des woords uitoefenden. In de praktijk was dat laatste inderdaad het geval want ook een doodgewone schippersknecht ontkwam niet aan de maritieme inscriptie. Bij hetzelfde decreet werden direkt al 3.000 maritieme inscrits gevorderd, waarvan 1.500 naar de oorlogsbodems moesten vertrekken. De rest werd in reserve gehouden. 

Naast leger en marine kregen de Nederlanders ook te maken met andere facetten van de Franse krijgsmacht: de Nationale Garde, de Garde soldée voor handhaving van de orde in Amsterdam en Rotterdam, kustkanonniers en de gedwongen opkomst van scheepstimmerlieden om onze sterk verwaarloosde vloot weer op peil te brengen. (waar overigens niets van terecht kwam)en aardwerkers voor de forten bij Den Helder en op Texel.  Bakkers werden gerecruteerd om het leger te velde van brood te voorzien.  

Hoeveel Nederlanders in de periode 1810-1813 in Franse dienst zijn geweest is niet bekend. Het totale aantal dienstplichtigen en vrijwilligers wordt geschat op 35.000 waarvan 28.000 bij leger en marine op een totale bevolking van het departement Holland in 1811 van ruim 1, 7 miljoen. Van deze 28.000 die in leger en marine hebben gediend is zeker 70% niet teruggekeerd. In niet weinig gezinnen keerden zelfs 2 zonen niet terug.

Tresoar, Leeuwarden